Zelfkennis verwerven door de Tien Geboden
Bijbehorende teksten in de Bijbel: Exodus 20:1-17; Deuteronomium 5:6-18; Matteüs 5:17-7:29; 22:34-40; Galaten 5:16-24
1e gebod
"Ik ben de Heer, jouw God. Je mag geen andere goden naast Mij hebben!"
- Heb ik vrede met God? Of staat er iets tussen Hem en mij in? Zo ja, wat dan?
- Waar vertrouw ik op? Op mijn talenten, mijn geld, mijn relaties, mijn vroomheid, mijn bekering, mijn doop ...?
- Van wie is mijn hart? Van God of van een mens, een passie, mijn werk?
En als God mij dat allemaal afneemt? Waar ben ik dan nog aan gebonden? - Waar kan ik niet zonder? Verslavingen? Mensen? Ideeën?
- ..................................................................................................................................
2e gebod
"Gij zult u geen beeld maken; aanbid het niet."
- Is mijn relatie met God afhankelijk van iets dat tot afgod is geworden?
Een heilige? Een beeld? Een voorwerp? Een vaststaand idee van hoe God moet zijn?
- Aanbid ik een mens of iets anders op een verkeerde manier?
- Ken ik de Vader in de hemel door Jezus?
- ..................................................................................................................................
3e gebod
"Gij zult de naam van de Heer niet misbruiken!"
- Wat betekent de naam van God voor mij? Gebruik ik die naam gedachteloos als een holle frase?
- Ben ik bang om voor God uit te komen?
- Ben ik God dankbaar voor alles wat Hij mij heeft gegeven en nog steeds geeft?
- ..................................................................................................................................
4e gebod
"Gij zult de rustdag heiligen!"
- Hoe breng ik mijn rustdag, mijn vrije tijd door?
- Welke plaats neemt mijn werk (vrijwilligerswerk/betaald werk) in?
- Vind ik tijd om voor mijn eigen ziel te zorgen? Kan ik in de stilte naar God luisteren?
- Neem ik dagelijks deze stilte voor mezelf?
- Hoe belangrijk zijn de kerkdienst en de gemeente voor mij?
- ..................................................................................................................................
5e gebod
"Je moet je vader en moeder eren"
- Wat betekenen mijn ouders voor mij? Zorg ik voor hen? In gebed? Materieel, als dat nodig is? Heb ik tijd voor hen?
- Heb ik genoeg tijd voor mijn eigen kinderen? Ben ik een voorbeeld voor hen? Hoe ga ik om met mijn leidinggevenden?
- ..................................................................................................................................
6e gebod
"Gij zult niet doden!"
- Heb ik moeite met opvliegendheid? Zijn er gevoelens van haat en wraak in mij?
- Heb ik anderen gekwetst? Is er iemand die ik niet kan uitstaan? Aan wie maak ik het leven moeilijk? Misschien door mijn gedrag? Wie of wat moet ik
- voortdurend (negatief) bekritiseren?
- Ben ik in het verkeer onvoorzichtig of agressief?
- ..................................................................................................................................
7e gebod
"Gij zult geen overspel plegen!"
- Kan ik wachten op de persoon met wie ik mijn hele leven in het huwelijk verbonden wil zijn?
- Wat heb ik van mijn huwelijk gemaakt? Ben ik trouw in gedachten, woorden en daden? Eis ik in mijn huwelijk mijn ‘recht’, of investeer ik mezelf door te geven?
- Heb ik me beziggehouden met pornografie?
- Beheers ik mijn seksualiteit, of beheerst zij mij?
- Speel ik met gedachten aan een scheiding? Sta ik de gedachte toe dat mijn huwelijkspartner de verkeerde is?
- Kan ik omgaan met het feit dat ik niet getrouwd ben (al dan niet vrijwillig)?
- Hoe heilig is het huwelijk van anderen voor mij?
- ..................................................................................................................................
8e gebod
"Gij zult niet stelen!"
- Is wat ik heb rechtmatig van mij? Respecteer ik andermans eigendom?
- Hoe eerlijk ben ik tegenover de staat? Hoe zit het met mijn werkgever, wat betreft mijn tijd en mijn werk? Ben ik betrouwbaar?
- Ben ik gierig? Ook tegenover God?
- ..................................................................................................................................
9e gebod
"Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste!"
- Klets ik graag? Hoe ga ik om met de roddels van anderen?
- Heb ik vooroordelen tegenover andere mensen?
- Kritiseer ik graag? Bij wie zou ik hiervoor mijn excuses moeten aanbieden?
- Hoe ga ik om met ‘leugentjes om bestwil’? Gebruik ik ze?
- Kan ik zwijgen?
- ..................................................................................................................................
10e gebod
"Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort!"
- Ben ik jaloers op anderen? Vergelijk ik mezelf met anderen? Ben ik tevreden met wat ik heb (bezittingen, vaardigheden, taken ...)?
- Accepteer ik mezelf zoals ik ben? Zeg ik ja tegen de weg die God mij wijst?
- Twijfel ik eraan dat God mij voorziet van wat ik nodig heb?
- Word ik achtervolgd door de gedachte dat ik gelukkiger zou zijn als ik … zou bezitten?
- ..................................................................................................................................
Bronvermelding
Inhoud: Juropa.net
Titelafbeelding:Clipart met vriendelijke toestemming van uitgeverij buch+musik ejw-service gmbh, Stuttgart -www.ejw-buch.de
- Login of registreer om te reageren